Walnoten

De meeste soorten walnoten zijn “Protandry” wat betekent dat de mannelijke bloemen, de katjes, eerder bloeien dan de vrouwelijke bloemen. Dat maakt dat deze soorten niet zelf bestuivend zijn en bestoven moeten worden door andere bomen. Bij een aantal soorten bloeien beide wel gelijk of met een ruime overlap en deze zijn dus ook zelf bestuivend. Bij enkele soorten bloeien de vrouwelijke bloemen eerder dan de mannelijke, dez zijn protogyny. Walnoten worden tegenwoordig geënt op zaailingen van de gewoon “Europese” walnoot (Juglans Regia) of de Amerikaanse zwarte noot (Juglans Nigra). Enten van walnoten is specialistisch werk.

Bijou,
Oorspronkelijk uit de Dauphine (1784)
Een grote noot met stevige schaal maar met een kleine vulling.

Corne de Perigord,
protandry

Fernor,
protandry

Franquette,
Herkomst: vallei van de Isère, Périgord. Gevonden door de hr. Franquett in 1784. Niet zelf-bestuivend en protandry, laat bloeiend en daardoor geschikt voor kouder klimaat.
Wordt bestoven door de Ronde de Montignac, Meylannaise en bestuift Chantler.
Een uitstekende en grote dessert noot.
De boom is protandry

Lara,
protandry

Mayette,
Dit soort isin tegenstelling tot veel andere soorten  protogyny en is daarom geschikt als bestuiver voor de Parisiene en Franquette, die op hun beurt weer bestuiver zijn voor deze boom.

Meylannaise,
overlap in mannlijke en vrouwelijk bloemen en daarom zelf bestuivend en goede bestuiver voor andere bomen

Parisiene,
protandry

Ronde de Montignac,
Zelf-bestuivend en protandry, laat bloeiend en goede bestuiver voor veel notenbomen waaronder de Franquette, Lara en Fernor. Herkomst: Het stadje Montagnac in de Dordogne, wordt de boom hoofdzakelijk gebruikt als bestuiver voor de andere walnoten door zijn vroege en overdadige bloei.